Een jaar nadat ‘De hoop voorbij’ is uitgekomen, heb ik eindelijk de ruimte om de verhalen van de andere schrijvers te lezen. Een jaar geleden deed het allemaal nog teveel met me, was de confrontatie met mijn eigen pijn nog te heftig. Ik ben toen wel in een aantal verhalen begonnen, en heb een enkele ook uitgelezen, maar me echt bezig houden met de verhalen van de anderen lukte niet.

Nu is die ruimte er dus wel, nu mijn eigen pijn en verdriet veel meer op de achtergrond is en ik mijn keuze geen kinderen te krijgen in dit leven alleen maar nog meer kan onderschrijven. Ik heb de afgelopen week al een stuk of tien verhalen gelezen. Het ene raakt me meer dan het andere. De grootste gemene deler van alle verhalen zijn de IUI en IVF pogingen die keer op keer niet lukken. En diegenen die deze martelgang van hoop en teleurstelling niet door kunnen gaan, hebben andere lichamelijke redenen om geen kinderen te kunnen krijgen. Ik leer er veel van, alle lichamelijke ellende die vrouwen kunnen hebben, alle heftigheid van de IUI en IVF en alles wat hierbij komt kijken. Het lijkt me echt een hel, waarvan ik blij ben dat ik dat traject nooit heb hoeven doorlopen.

Voor zover ik tot nu toe lees, ben ik de enige in ‘De hoop voorbij’ die niet door lichamelijke omstandigheden, maar door mijn psychische ziekte de keuze heeft moeten maken om geen kinderen te krijgen. Het was lichamelijk wel degelijk ook een gedoe geworden als mijn man en ik de keuze hadden gemaakt het wel te proberen, doordat ik gesteriliseerd ben. Maar ook die keuze heb ik gemaakt door mijn psychische ziekte. De basis van mijn ongewenste kinderloosheid ligt dus geheel in mijn psychische stoornis.

En dat maakt dat ik me een buitenbeentje voel binnen ‘De hoop voorbij’. Waar het taboe op ongewenste kinderloosheid sowieso al heftig is, krijg ik het gevoel dat het taboe op mijn keuze, geen kinderen door een psychische stoornis, nog groter is. Ik vind dat jammer. Ik heb meegedaan aan ‘De hoop voorbij’ om juist ook dit aspect van ongewenste kinderloosheid open te gooien. En voor mijn eigen proces daarin, het proces van mezelf serieus nemen in mijn kinderwens, in mijn vrouw-zijn. Dat mogen voelen, daar ook wat steun en erkenning in krijgen. Doordat het taboe op mijn keuze zo groot lijkt te zijn, voel ik vaak juist het tegenovergestelde: eigenlijk moet ik niet zo zeuren, ik heb in ieder geval nog een keuze gehad, terwijl al die andere vrouwen geen enkele keuze hadden omdat hun lichaam het liet afweten.

En juist dat gevoel maakt dat ik weer anders kan kijken. Dit zo opschrijven doet veel, geeft verdriet en wat tranen. Tegelijk voel ik eens te meer mijn kracht. Want ja, ik ben vrouw, en ja, ik had heel graag ook mama willen worden. Had het gevoel van zwanger zijn, van een kindje baren en daarna groot zien worden, zo graag meegemaakt. Een kindje wat mij ‘mama’ zou noemen en mijn lief ‘papa’. Het verdriet over de keuze die ik, samen met mijn lief, heb moeten maken, mag ik voelen. Want ondanks dat ik een lichamelijk gezonde vrouw ben, die waarschijnlijk met betrekkelijk weinig moeite een kindje had kunnen krijgen, maakt mijn psyche dat het niet kan. Dat doet pijn, een pijn die ik mag voelen. Mijn geest heeft me hierin in de steek gelaten.

En zo brengen de verhalen van jullie, lieve medeschrijvers, mij weer een stapje dichter bij mijn emotie en de acceptatie van mijn verdriet. Het is zo waardevol voor me geweest, het meedoen aan ‘De hoop voorbij’. En nog steeds helpt het me dus iedere keer weer een stapje verder. Want uiteindelijk ligt de gemene deler in onze gedeelde pijn: de pijn en het verdriet van geen mama worden. Uit welke bron die pijn ook komt, het is een zo terechte en begrijpelijke pijn. Dank, voor jullie openheid en jullie kracht.