Ik wil jullie meenemen in een van mijn dromen die bijna iedere week wel terugkomt. Al drie jaar lang heb ik bijna elke week dezelfde nachtmerrie. Ik heb lang getwijfeld of ik dit zou delen. Maar ik wil jullie meenemen in het ongewenst kinderloos zijn.

Ik wil jullie hierin meenemen omdat jullie altijd een vrouw zien die gelukkig is en er wat van maakt. Dat doe ik ook, ik ben zielsgelukkig en samen met m’n liefste maak ik er iets van. Iedere dag tel ik mijn zegeningen. Maar vrijwel iedere week komt deze nachtmerrie voorbij, iedere keer dezelfde droom. De nachtmerrie die me iedere keer weer met de neus op de feiten drukt en me de onmeetbare pijn laat voelen.

Afgelopen week was het weer zover.

Ik fiets naar huis, het is al licht, het is nog vroeg.

7.30u om precies te zijn.
Ik heb nachtdienst gehad.
Zoals altijd voer ik m’n routine uit.
Ik knuffel met m’n konijn Pebbles en geef haar te eten.
Ik zet de koffie en medicijnen klaar voor Ronald.
Ik loop naar boven, kus Ronald wakker en spring onder de douche.
Ik doe de badkamerdeur dicht want ik wil ze niet wakker maken.
Even vraag ik me verbaasd af wie ‘ze’ zijn. Maar ik haal m’n schouders op en ga verder met douchen.
Ik ga nog even naar beneden, wil een biertje pakken net als anders, maar bedenk me dat ik dat beter niet kan doen.
Het was mijn laatste nachtdienst en ik wil er op tijd voor ze uit. Het belooft mooi weer te worden.
Dus met een glaasje gemberthee loop ik naar buiten om nog een sigaretje te roken, tegenwoordig rook ik buiten.
Weer vraag ik me af wie ‘ze’ zijn en waarom ik aan ze denk.
Ik haal m’n schouders op en rook verder.

Terwijl ik boven m’n tanden poets, sta ik tussen twee dichte slaapkamer deuren in. Ik heb de neiging om de deuren open te maken, maar kan me beheersen.
Ik geef voorzichtig een kusje op de deuren en kruip tevreden tegen Ronald aan.

Ik val in een diepe slaap, zo diep, het gonst in m’n hoofd.
Voor mijn gevoel wordt ik uren later wakker.
Het is bloedheet in m’n slaapkamer.
Voorzichtig word ik wakker.
Buiten hoor ik dat Ronald het zwembadje vult.
Ik hoor kinderstemmen…
“Papa! Nee! Niet mij nat maken!” Ik hoor ze gillen van plezier.
“Ga mama maar wakker maken”, hoor ik Ronald zeggen.
Ik hoor kindervoetjes op de trap.
Ik glimlach van oor tot oor.
Mijn hele lijf en hart en ziel warmen zich op.
Verbaasd kijk ik op.
Twee ukkies lopen stralend op me af en kruipen tegen me aan.
“Goedemiddag schoonheden” zeg ik.
De twee lijfjes kruipen dichter tegen me aan.
“Hoi mama! Papa heeft het badje in de tuin gezet en vanavond gaan we patatjes eten”, roepen ze enthousiast.
“Wat een gezelligheid”, glimlach ik.
Ik stap uit bed en wil een jurkje aan trekken, maar die twee ukkies staan al klaar met m’n bikini en m’n ochtendjas.
“Jij moet ook in het badje!” roepen ze in koor.
Gehoorzaam trek ik m’n bikini aan en hijs me in m’n ochtendjas.
Ik kus de ukkies en loop met ze naar beneden.
“Goedemiddag lieverd, lekker geslapen?” zegt Ronald, hij kust me op m’n voorhoofd en schenkt koffie voor me in.
Buiten geniet ik van de zon, met m’n kop koffie in m’n handen word ik langzaam wakker.
Het leven is mooi…

“YIEHAAAAA!” hoor ik achter me.
M’n twee ukkies nemen een sprint en duiken het badje in.
Ze gillen van plezier, Ronald heeft inmiddels z’n zwembroek ook aan en duikt het badje ook in.
De ukkies gillen en spelen en genieten.
M’n man geniet ook, ik heb hem nog nooit zo gelukkig gezien.
Hij straalt licht uit.
“Kom erbij schat”, roept hij. Zuchtend en glimlachend en genietend kom ik erbij zitten.
Het water is warm, de zon schijnt en de ukkies hebben de dag van hun leven.

’s Avonds eten we patat en ijs bij ons favoriete eetcafé.
We lopen via de vijver weer naar huis.
Tijd om te douchen.
Ik help de ukkies onder de douche, ik was hun haartjes, trek hun pyjama pakjes aan en knuffel ze.
Ze mogen nog even mee naar buiten.
Ronald heeft de kachel aan gestoken.
Samen kijken ze verwonderd naar de vlammen.
Ronald en ik kijken toe en genieten met volle teugen.

Als ze hun chippies op hebben is het tijd om naar bed te gaan.
We lezen nog een verhaaltje voor, ravotten wat en kussen ze een goede nacht.

Ronald en ik hebben nog even de avond voor ons zelf.
We drinken een borrel bij het vuur en praten bij.
Als we zelf naar bed gaan kan ik me dit keer niet bedwingen.
Ik sta weer voor de gesloten slaapkamer deuren.
Ik open een van de deuren, daar liggen m’n twee ukkies.
Omdat het vakantie is mogen ze bij elkaar slapen.
Ik ga naast het bed zitten en kijk naar ze.
Ik word weer warm.
M’n hart, m’n ziel alles warmt op.
Ik kriebel door hun haren, ruik aan hun pas gewassen haartjes.
Ik snuif de geur van appeltjes shampoo op.
De shampoo die ik als kind ook gebruikte.
Ik draai me om en loop naar onze eigen slaapkamer.
Ik kus m’n man welterusten en kruip tegen hem aan.
Ik val in een diepe slaap, het gonst in m’n hoofd.

Ik word wakker, m’n keel wordt dicht geknepen. Als ik m’n ogen open, staat ze er weer. De vrouw in het zwart.
Een vrouw van middelbare leeftijd zonder ogen en een zwart gewaad aan.
Ze hangt boven me, Ik hoor haar adem, Ik voel haar haat.
Ik schrik, roep Ronald maar er komt geen geluid uit m’n mond.
Ik schreeuw, doodse stilte…
De vrouw lacht draait zich om en loopt weg.
“Nee!” schreeuw ik “Je blijft van m’n ukkies af!”
Doodse stilte…
Ik probeer op te staan, maar m’n hele lijf is verlamd. Ik probeer te schoppen, te slaan maar er is geen beweging in m’n lijf te krijgen.

Vanuit de andere slaapkamer hoor ik geschreeuw en gegil.
“Nee! Papa! Mama! Nee! Help!”
Ik hoor m’n ukkies gillen en huilen.
Machteloos hoor ik alles aan, ik schreeuw ook, ik gil ook, doodse stilte blijft de kamer vullen.
Ik probeer Ronald wakker te maken, hij hoort de ukkies niet schreeuwen.
Hij hoort mij niet schreeuwen.
Er komt nog steeds geen geluid uit m’n keel.
Vanuit m’n ooghoek zie ik de vrouw in het zwart de trap aflopen met m’n ukkies.
Ze schreeuwen en huilen en gillen.
De vrouw lacht en loopt door.
Ik schreeuw “Ronald! Ze is er weer!”
Ik zit rechtop in bed en huil tranen met tuiten.
“Rustig maar meisje, kom maar”
Ronald trekt me tegen zich aan.
“Ssssst meisje, stil maar” en houdt me stevig vast.
Ik huil en huil en huil.
Ik voel m’n hart en m’n baarmoeder samentrekken.
Een steek en een kou door m’n hele lijf.
Ik voel me leeg.

Zodra ik m’n ogen open, zie ik haar staan, de vrouw in het zwart. Ze kijkt me aan, al heeft ze geen ogen.
Daar staat ze, het zwarte monster die al m’n dromen kapot gemaakt heeft.
Het zwarte monster dat zo vaak in m’n dromen komt om m’n ukkies, m’n grootste wens van me af te pakken.
De vrouw in het zwart.
Mijn nachtmerrie.